donderdag 25 november 2010

Prestatiebeloning: over motivatie en resultaten

In reactie op mijn eerdere blog-post kreeg ik de link naar een filmpje dat ik hier graag weer doorgeef. Het is de animatie bij een toespraak van Dan Pink, zelfbenoemd motivatie-goeroe en voormalig speechwriter van Al Gore.

Om zijn clou maar weg te geven: beloning in de vorm van meer salaris werkt alleen bij weinig uitdagende taken. Zodra werk maar enigszins een beroep doet op cognitieve vaardigheden, dan werken hogere beloningen bij meer prestaties alleen maar averechts. Salaris moet een bepaald minimum zijn, zodat je er geen last van hebt dat je te weinig verdient, maar daarboven werkt het, bij cognitief uitdagend werk, niet meer als stimulans voor nog hogere prestaties.
Dit sluit perfect aan bij de resultaten uit het onderzoek van Robert Dur (wat motiveert werkers in de publieke sector) en Naomi Ellemers (wat is de rol van groepsidentiteit bij arbeidsmotivatie), die ik in mijn vorige blogpost besproken heb.
Wat is dan wel belangrijk? Drie dingen, volgens Pink: autonomy, mastery, purpose. Eigen handelingsruimte, de voldoening die je ervan krijgt als je iets steeds beter kunt, en het gevoel bij te dragen aan een groter geheel. Dat lijkt verdacht veel op het 'zelf-determinatie' trio autonomie, competentie en relatie die in onderzoek van Edward Deci vaak terugkeert.
Goed, nu weet je waar het filmpje over gaat, maar laat je er niet van weerhouden toch nog even te kijken: het is er inspirerend genoeg voor.


woensdag 24 november 2010

Dylan William's experimenten: hoe betrokkenheid van leerlingen te verhogen?

Vandaag een ontzettend interessant stuk in Trouw (helaas loopt mijn tijdelijke abonnement binnenkort af) over een Britse hoogleraar onderwijskunde, Dylan William. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik nog nooit van die man gehoord had. De experimenten die hij uitvoert zijn echter briljant in hun elegantie en zeggingskracht. Voor mij weer een overtuigend bewijs dat er nog veel te verbeteren valt in het onderwijs, als we maar in staat zijn opnieuw te kijken naar, en te leren van de dagelijkse praktijk in de les.

Van Youtube plukte ik drie filmpjes die laten zien wat hij zoal gedaan heeft. De filmpjes zijn onderdeel van een BBC-documentaireserie over het onderwijs, maar helaas buiten het Verenigd Koninkrijk niet te zien via de BBC-site. Hopelijk gedoogt de BBC deze fragmenten op Youtube voorlopig.
Aanstaande zaterdag om 16:20u (15:20 Engelse tijd) wordt deel 1 van de documentaire opnieuw uitgezonden op BBC1. De moeite waard om de videorecorder te programmeren, lijkt me!
Een lezer mailde me zijn samenvatting van deze documentaire, die al eerder werd uitgezonden.


Hoe kun je weten hoe betrokken leerlingen zijn tijdens de les?

In het eerste filmpje experimenteert William met een kleurensysteem om leerlingen in een wiskundeles te laten aangeven of ze de les nog begrijpen of niet. Schokkend is niet zozeer dat veel kinderen gaandeweg de les afhaken, maar vooral dat de lerares geen repertoire heeft om iets met de duidelijke signalen daarvan (rode bekertjes!) te doen. Zelf heb ik ook wel eens geëxperimenteerd met zo'n systeem tijdens vergaderingen en trainingen. Dat was gebaseerd op de Gedragspatroongrafieken van Jan Jutten's boek waar ik eerder over blogde. Ik zal daar nog op terugkomen binnenkort.




Wie steekt z'n hand op (en wie niet), en wat leren kinderen daarvan?

Het tweede filmpje is even onthullend: het laat heel goed zien hoe het 'hand opsteken' als middel voor activerende didactiek een zichzelfversterkend effect heeft. De actieve, slimme kinderen worden er meer betrokken van, de meer verlegen kinderen, vooral die moeite hebben met de lesstof, haken gaandeweg verder af.
Heel onthullend vind ik dat de leerlingen zelf dat proces haarfijn registreren en achteraf weten te beschrijven. Kinderen zijn zulke scherpe observatoren, we zouden veel meer moeten doen met hun rechtstreekse feedback op lessen. Daarover heeft Luc Stevens weer interessante ideeën.




Een obsessie met cijfers

Let vooral op hoe de leerlingen elkaar bevragen op cijfers. En hoe goed de leerling op het eind van het filmpje daar zelf weer op weet te reflecteren. Weer een perfect bewijs hoe goed kinderen  het 'verborgen curriculum' doorhebben.
In het Trouw-stuk pleit William voor gerichte inhoudelijke feedback op het resultaat van een toets, en het afschaffen van cijfers. Sinds ik dit filmpje gezien heb, weet ik weer waarom ik het daar zo ontzettend mee eens ben.

zondag 21 november 2010

Filmpje! Inspirerende leiders--the sequel

In reactie op mijn eerdere blog met filmpjes van inspirerende leiders kreeg ik nog een tip voor een inspirerend filmpje over Nelson Mandela. Dat vond ik zo'n indrukwekkend fragment, dat ik die tip hier wil doorgeven. Het leverde me bovendien wat associaties op met fragmenten van andere politici, die ik er hier ook bij geef.
Nog steeds houd ik me aanbevolen voor nieuwe tips, via Twitter of gewoon e-mail.

Invictus (regie Clint Eastwood, 2009)

Deze film (ik wil hem zelf nu zeker een keer gaan kijken) is het verhaal van een jaar uit het presidentschap van Nelson Mandela. Marcel Kesselring stuurde me dit fragment eruit op Youtube. Een medewerker van Mandela komt ontstemd zijn kantoor binnen, met de vraag wat hij moet doen met vier nieuwe bodyguards die zich gemeld hebben. Ze zijn namelijk de oude bodyguards van president De Klerk, en hebben waarschijnlijk het een en ander op hun kerfstok staan wat betreft geweld tegen zwarten in het algemeen en ANC-leden in het bijzonder.

Mandela vraagt de man of hij zijn best wel doen zich te verzoenen met die mensen, en ze hun wandaden te vergeven. De medewerker kijkt geschokt. Mandela legt dan uit:  “Forgiveness liberates the soul. It removes fear. That is why it so a powerful weapon.”

Ik denk dat misschien wel de kern van inspiratie is: het weghalen van angst. Dan ontstaat er ruimte voor nieuw denken, nieuw handelen, en nieuwe oplossingen. Insluiten van het filmpje op dit weblog was helaas niet mogelijk, daarom hier de link naar het filmpje zelf op Youtube.


Blair legt verantwoording af over Irak

De toenmalige Britse premier Tony Blair verscheen in januari 2010 voor een onderzoekscommissie in het Britse parlement naar de gang van zaken rond de Irak-oorlog. Hij legde hier nog eens uit waarom hij dacht dat het starten van een oorlog tegen Saddam Hussein gerechtvaardigd was. Het filmpje maakt nog eens duidelijk waarom Blair tot een van de oratorisch meest begaafde politici ooit gerekend moet worden.
Als je mening over Blair het je onmogelijk maakt dit als een inspirerend filmpje te zien, bekijk dan eerst het fragment dat hierna komt.




Balkenende over Irak

Rond dezelfde tijd deed in Nederland de Commissie-Davids onderzoek naar de gang van zaken rond de start van de Irak-oorlog. De inkt van het rapport was nog niet droog, of toenmalig premier Jan-Peter Balkenende ensceneerde een staatsie-persconferentie om zijn mening over het rapport te geven. Het hele filmpje afkijken is waarschijnlijk alleen voor hardcore CDA-leden of Balkenende-fetisjisten weggelegd. Het gaat mij hier om de eerste minuten ervan en het contrast met de woorden van Blair hierboven.




Obama bij de acceptatie van zijn verkiezingsoverwinning, 4 november 2008

En als er één nog actieve politicus is, die als inspirerend gezien wordt, dan is het wel Barack Obama. Nog steeds vind ik de speech die hij uitsprak, onmiddellijk nadat zijn tegenstrever John McCain hem telefonisch had gefeliciteerd met zijn overwinning, overtuigend en indrukwekkend. Ook al weten we ondertussen dat de ‘change’ die hij hier belooft, een stuk minder snel zou komen dan we allemaal hoopten.
Zijn recept voor inspiratie lijkt sterk op dat van Mandela. Niet overtuigen, maar verbinden. Laat jezelf zien als persoon, zoek de verbinding, en maak aannemelijk dat angst voor de toekomst ongegrond is.

vrijdag 19 november 2010

Systeemdenken en causale lussen als basis voor de dialoog over onderwijskwaliteit

Ik heb geprobeerd het inzicht van mijn vorige blogpost weer te geven in bijgaand causaal schema. In het kort komt het neer op de redenering: "Te veel nadruk op smalle kwaliteit van onderwijs leidt tot uitholling van de professionaliteit van leraren."
Deze manier van weergeven heb ik ontleend aan het boek  ‘Natuurlijk leren: Systeemdenken in een lerende school’ van Jan Jutten. Jutten werkt hier het begrip systeemdenken, een van de beroemde vijf disciplines van Peter Senge, op een heel praktisch bruikbare manier uit voor het onderwijs. Stap voor stap legt hij uit hoe het opstellen en het gebruik van deze schema’s, de zogenaamde ‘causale lussen’, kan bijdragen aan het voeren van de dialoog in de klas en de lerarenkamer, maar ook daarbuiten. 
klik op de afbeelding voor vergroting

Het schema begint bij de ‘algemene tevredenheid’ over het onderwijs. Als die daalt, leidt dit op korte termijn tot aandacht voor kwaliteit in smalle zin: leerresultaten, doorstromingscijfers, rendement van scholen. Dat gaat op langere termijn ten koste van de aandacht die geschonken wordt aan de ‘brede kwaliteit’: inspiratie, vertrouwen, bevlogenheid, vriendschap. Dat effect versterkt zichzelf; naarmate er meer over smalle kwaliteit gesproken wordt, is er minder ruimte om het over brede kwaliteit te hebben.
Op korte termijn heeft het effect (gele cyclus): aandacht voor leerresultaten zorgt ervoor dat scholen betere resultaten gaan boeken. Zo stijgt bijvoorbeeld het aantal leerlingen uit PO dat een advies voor havo en vwo krijgt.  Echter, op langere termijn (oranje cyclus) holt het de aantrekkelijkheid van het beroep uit, omdat de professionele ruimte van leraren door de overmatige aandacht op cijfers en systemen uitgehold wordt. Daardoor komen er minder leraren met een brede beroepsopvatting, en daalt uiteindelijk de tevredenheid van ouders en leerlingen over het onderwijs alleen maar verder. Want waar is die docent gebleven, die wat meer doet voor z’n leerlingen, die echt bevlogen is in zijn vak, en leerlingen weet te inspireren als persoon?
De oplossing zit in de paarse cyclus: het gesprek zou meer over die dieper gelegen aspecten van onderwijskwaliteit moeten gaan. Dat vergt moed, en een zorgvuldig gesprek, omdat daar de persoonlijke dimensie bij betrokken moet worden (wat Geert Kelchtermans de 'kwetsbaarheid' van het beroep van leraar noemt). Ben ik inspirerend als leraar? Hoe geef ik leerlingen vertrouwen? Hoe zit het met mijn bevlogenheid? Dat zijn echter wel de zaken waar het om gaat. En als leraren ruimte en ondersteuning krijgen om ook die kant van hun professie te ontwikkelen, zal de status van het beroep weer stijgen. Dan wordt weer duidelijk dat goed lesgeven iets anders is dan nauwgezet een methode volgen, maar dat daar veel meer bij komt kijken, om te beginnen een gebalanceerde persoonlijkheid.
Op langere termijn levert dat naar mijn idee de brede professionals op, die de beste garantie vormen voor de goede leerresultaten van leerlingen, binnen het smalle kwaliteitsperspectief.

Waar het nu om gaat is, dat dit niet de waarheid is, maar mijn visie op de zaak. Met dit causale schema kan ik in één plaatje een gedachtegang weergeven die ik in 500 woorden moet uitschrijven. Anderen kunnen deze gedachtegang nu in één oogopslag zien en hierop reageren. Daar nodig ik u dus ook graag toe uit: waar klopt mijn gedachtegang niet? Waar kan hij verbeterd worden?
Naar mijn idee levert Jutten met zijn boek (uit 2007 alweer) een belangrijke bijdrage aan de ‘nieuwe taal’, waartoe Kelchtermans een oproep deed, om zo niet alleen de smalle, maar ook de dieper gelegen, bredere aspecten van onderwijskwaliteit te benoemen. In het onderzoek dat ik met collega’s van het RdMC uitvoer, hoop ik hier volgend jaar concreet  mee te gaan werken. Niet alleen om zelf onderzoek mee te verrichten, maar ook om leraren zelf de middelen in handen te geven gerichter te reflecteren op hun eigen lespraktijk.

Kwaliteitszorg en professionaliteit van leraren – een perverse cyclus?

Vandaag was ik op hogeschool Windesheim, bij de lectorale rede van Femke Geijsel. Haar lectoraat heet Pedagogische kwaliteit van het onderwijs. Ze voert samen met een brede kenniskring onderzoeksprojecten uit naar onder andere de wijze waarop scholen vormgeven aan burgerschapsvorming, en wat dat zegt over de intrinsieke kwaliteit van het onderwijs. In haar onderzoek betrekt ze docenten, zodanig dat zij zelf onderzoek doen naar hun eigen onderwijspraktijk. Een verrassende conclusie van een van de docenten uit haar onderzoeksprojecten was dat ‘leerlingen net echte mensen zijn, als je ze met respect behandelt.’
Dat lijkt een geweldige open deur, maar toch is het niet de manier waarop in ons onderwijssysteem tegen leerlingen (of studenten) wordt aangekeken. Daarin zijn leerlingen in de eerste plaats financieringseenheden, die tegen zo laag mogelijke kosten een zo hoog mogelijk diploma moeten zien te bereiken. Zelfs de PVV, die toch flinke kritiek heeft op het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia, blijft met haar voorstellen binnen hetzelfde referentiekader.
Dit wordt door Geert Kelchtermans, die vanmiddag een reflectie gaf op de rede van Geijsel, het ‘formeel-technocratische’ discours genoemd. Dat gaat volgens hem over alles wat makkelijk meetbaar is, terwijl de echte kwaliteit van het lesgeven juist over veel minder makkelijk meetbare resultaten gaat: bevlogenheid, inspiratie, en vertrouwen bijvoorbeeld.
Volgens Kelchtermans moeten we nooit uit het oog verliezen dat onderwijs in de eerste plaats een relationeel proces is. Zonder leerlingen is de leraar geen leraar. Net zoals zonder leraren de schoolleider geen schoolleider is, overigens. Dat betekent dat het bespreken van de kwaliteit van het onderwijs voor leraren altijd een persoonlijke dimensie heeft. Kelchtermans noemt dat de ‘kwetsbaarheid’ van het beroep van leraar.
Omdat onderwijs zo kwetsbaar is, moeten we het gesprek over de kwaliteit ervan dus zorgvuldig voeren. Als we dat niet doen, en ons beperken tot het van bovenaf opleggen van smalle kwaliteitskaders, lopen we het gevaar voorbij te gaan aan de essentie van de professionaliteit van leraren.

Het inzicht dat mij vanmiddag daagde is dat, vanwege de huidige smalle opvatting van kwaliteit, de grote nadruk op kwaliteitszorg, hoe goed bedoeld ook, het beroep van leraar eerder minder, dan meer aantrekkelijk maakt. De breed denkende, creatieve, zelfstandig handelende professional wordt afgeschrikt door de strakke criteria die aan zijn beroep worden gesteld. En raakt teleurgesteld door het gebrek aan ruimte en aandacht om te bespreken waar het werkelijk om gaat; het wederzijds inspirerende contact tussen leraar en leerling. Daarmee wordt de brede professionele opvatting van het beroep van leraar uitgehold, met alle desastreuze gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs op lange termijn.
Kelchtermans riep op tot een ‘nieuwe taal’ te komen, om ‘belachelijke woorden’ als vertrouwen, bevlogenheid en inspiratie, weer in het discours van onderwijskwaliteit te betrekken. In de volgende bijdrage geef ik hier een voorbeeld van. Al met al een zeer inspirerende middag.

donderdag 18 november 2010

Filmpje! Inspirerende leiders op het grote en het kleine scherm

==Update: hier het vervolg op deze blogpost==

Soms word ik wel eens gebeld met de vraag: “Weet je nog iemand die volgende week onze studiedag kan openen met een inspirerend verhaal?” Dat vind ik altijd een lastige vraag, want wat inspirerend is, hangt niet zozeer af van de spreker, als wel van degenen die ernaar luisteren.
Bovendien had degene die belde meestal een heel ander probleem. Na die inspirerende speech staat vaak een heel wat minder inspirerend gedeelte op het programma. De implementatie van een kwaliteitszorgsysteem bijvoorbeeld, of een verplichte training competentiemanagement. De hoop dat docenten na een geïnspireerd verhaal hun intrinsieke motivatie voor dat soort thema's plotseling  terugvinden, blijkt telkens weer ijdel.
Maar dat terzijde. Het kan natuurlijk wel, inspirerend spreken, ook voor een algemeen publiek. Na een tweet van Lenette Schuijt met de vraag wie goede filmpjes kende van inspirerende leiders, kwamen er al snel verschillende reacties van haar volgers. Het was een mooie mix van verschillende sprekers, mooi genoeg om ze in dit stukje bij elkaar te zetten.
Dus sla #PenW een keer over, en bekijk deze filmpjes eens; ieder inspirerend op z'n eigen manier.

Overigens hou ik me aanbevolen voor goede aanvullingen! Dan schrijf ik er over een tijdje misschien nog een keer over.


The girl who silenced the UN for 5 minutes

In 1992 heeft Severn Suzuki een toespraak gehouden op het klimaatcongres in Rio de Janeiro. Ik vind het inspirerend omdat het zo oprecht is, ontwapenend. Het is eerlijk, confronterend, en toch niet veroordelend, maar uitdagend. Een subtiel verschil, wat het overtuigend maakt. Des te meer indruk maakt het, als je je realiseert dat zij als 12-jarige met haar vrienden zelf het geld bij elkaar bracht om op die conferentie te zijn. Een transcript van haar toespraak vind je overigens hier.




Ricardo Chailly helpt Maria Joao Pires op een moeilijk moment

Voor mij is dit een absoluut kippenvel-filmpje. Pianiste Pires treedt op tijdens een lunchconcert in Amsterdam, met Ricardo Chailly als dirigent. Tot haar ontzetting hoort zij het orkest een ander concert inzetten, dan zij heeft ingestudeerd. Chailly dirigeert rustig de ouverture verder, terwijl hij probeert haar ertoe te bewegen het toch te proberen...
Inspirerend, omdat hij haar zijn volle vertrouwen schenkt, en daarmee haar eigen zelfvertrouwen weer terug laat vinden.





Ken Robinson (TED speech 2010)

Een speech die inspirerend is vanwege z'n inhoud. Hij richt zich vooral op onderwijsinstellingen, maar wat hij zegt geldt voor alle organisaties, waar mensen samenwerken en er een beroep wordt gedaan op hun zelfstandigheid en creativiteit. Zijn er organisaties die dat niet doen?
Robinson is een meester in het mengen van humor en ernst. Dat maakt zijn boodschap acceptabel. Dat is iets waar we in Nederland nog wat van kunnen leren: humor is helaas geen onderscheidend kenmerk van onze cultuur, in tegenstelling tot de Britse. Hij heeft nog een toespraak gehouden voor TED, in 2006. En TED staat sowieso vol met inspirerende toespraken.




Alec Baldwin - Glengarry Glenn Ross

Een tweede fragment dat ik uit Zomergasten heb gehaald (het andere voorbeeld is het filmpje van Pires). Het komt uit de film Glengarry Glen Ross. Feitelijk is het een anti-inspirerende toespraak die Alec Baldwin, in de rol van meedogenloze manager van het hoofdkantoor van een makelaarskantoor, hier houdt. Geen humor, geen vertrouwen dat uitgesproken wordt (behalve zijn eigen zelfvertrouwen), geen verwijzingen naar een betere wereld. Toch vind ik 'm intrigerend, omdat hij een stelletje prutsers genadeloos voor het blok zet: maak een keuze! Je kunt twisten over zijn aanpak, maar zijn boodschap is glashelder, en zijn ‘call to action’ effectief.




Al Pacino - Any Given Sunday

Nog een Amerikaans filmfragment is dit stukje uit de film Any Given Sunday waarin Al Pacino de coach is van een Amerikaans footballteam. Met een inspirerende toespraak weet hij de ‘collectieve ambitie’ van het team weer nieuw leven in te blazen. Inspirerend, omdat hij zichzelf niet spaart, en aannemelijk weet te maken dat het verschil tussen winnen en verliezen niet in de grote plannen zit, maar in de kleine details. “Inch by inch” win je de wedstrijd, is het devies. Ook weer een boodschap met universele geldigheid. Helaas geen ondertitels, maar een transcript vind je hier.



Nogmaals: aanvullingen welkom!

vrijdag 12 november 2010

Word dan liever geen rector

Ik heb er een haat-liefde verhouding mee, maar koop 'm toch bijna ieder jaar weer: de Dagkalender van de Poëzie van Meulenhoff. Zo lees je iedere dag nog eens een gedicht dat je hoogstwaarschijnlijk anders niet onder ogen had gekregen. Zoals van de week dit gedicht van C. Buddingh', dat ik nog niet kende:


kloppen svp

van september '35 tot juni '38
studeerde ik middelbaar engels a.
de lessen werden gegeven
in het gymnasium
aan de laan van meerdervoort te den haag.
de stortbak van de wc
had dan ook twee deftige trekkers,
er hing een stukje ivoorkarton naast
waarop in deftige drukletters stond:
'voor grote spoeling gebruike men de lange trekker'
'voor kleine spoeling gebruike men de korte trekker'
een vermoedelijk iets minder deftig
iemand had eronder geschreven:
'in geval van twijfel
wende men zich tot de rector'

moraal:
ga niet bij het onderwijs,
en als u toch bij het onderwijs gaat
word dan liever geen rector

Uit: Gedichten 1938-1970, Bezige Bij, Amsterdam 1971

En dat we het grapje nu nog kunnen begrijpen, zegt dat iets over de traagheid van de ontwikkelingen in het onderwijs? Of is dat weer te negatief gedacht? Laten we het maar op de universele geldigheid van dit soort 'regelproblemen' houden...

donderdag 11 november 2010

Prestatiebeloning: resultaten uit onderzoek

==Update: in VO-Magazine van november 2010 een interview met collega Marjan Vermeulen over haar onderzoek naar prestatiebeloning in het onderwijs==
 ==Update 2: In 2008 verscheen een boekje 'Stimulerend belonen in het voortgezet onderwijs' van Bart Wever==
==Update 3: Aanvulling met filmpje van Dan Pink, en een overzicht van onderzoek op zijn weblog==  
In het gekrakeel over de prestatiebeloning in het onderwijs die de regering zou willen invoeren, leek het me zinvol eens wat relevant onderzoek op een rijtje te zetten. De resultaten daarvan zijn ontnuchterend waar het gaat om de impact die het kan hebben op de onderwijskwaliteit.
Onderzoek van Harm van Vijfeijken laat zien dat er voor effectieve prestatiebeloning gezocht moet worden naar combinaties van individuele- en teamdoelstellingen. Als er alleen met individuele doelstellingen wordt gewerkt, is de kans op onderlinge concurrentie tussen leraren voor een goede beoordeling groot. Wie is er verantwoordelijk voor de goede eindexamenresultaten natuurkunde: de bovenbouwdocent natuurkunde, of de sectie wiskunde die in de onderbouw een stevige basis heeft gelegd? Je bent er dus niet met alleen vast te stellen wie de goede en slechte leraren zijn. Bovendien is alleen al het beoordelen van leraren voor veel scholen een hele kluif, laat staan dat er consequenties aan die beoordeling kunnen worden verbonden, zo laat het werk van René van Drunen van CPS zien.
De benadering van een gecombineerde tem- en individuele doelen werd gekozen in New York voor een proef die in 2007 startte. Helaas moest na twee jaar geconstateerd worden dat het geen effect had gehad op de testscores van de leerlingen. In Nederland doet Rotterdamse hoogleraar Robert Dur onderzoek naar prestatiebeloning in de publieke sector. Hij betoogt dat de afwezigheid van een stimulerend personeelsbeleid kan leiden een afnemende intrinsieke motivatie. Waar wel sprake is van stimulerend personeelsbeleid en inspirerend leiderschap, kan prestatiebeloning volgens hem wel degelijk een goed effect hebben. Onderbouwing hiervoor ontbreekt echter nog.
Individuele prestatiebeloning lijkt in ieder geval een te beperkt instrument; alleen in combinatie met groepsprestaties heeft het eventueel een functie. Bovendien blijkt uit ervaringen in New York dat het erg lastig is individuele leraren te rangschikken aan de hand van hun prestaties. Hoogste prioriteit heeft daarom op dit moment het realiseren van de voorwaarden voor het trekken van consequenties uit beoordeling, namelijk een goed personeelsbeleid en een professionele cultuur.
Een interessante aanvulling hierop wordt gegeven door de Leidse hoogleraar Naomi Ellemers. Zij betoogt dat het individuele perspectief op prestatie te beperkt is. In haar onderzoek laat zij zien dat medewerkers vooral gedreven worden door een collectief belang dat ze nastreven, niet alleen door individuele doelen, zoals een hoger salaris. En dit kan niet beter geïllustreerd worden dan door het bekende 'poetry slam'-gedicht van Taylor Mali.

donderdag 4 november 2010

Eigenaarschap en verantwoordelijkheid in teams

De afgelopen jaren ben ik als adviseur veel bezig geweest met de vraag hoe je het initiatief en de verantwoordelijkheid voor onderwijsontwikkeling terug kunt brengen bij leraren. Nu hebben (midden)managers vaak het gevoel dat zij overal verantwoordelijk voor zijn, en dat leraren 'alleen maar' les geven. Leraren op hun beurt hebben het gevoel dat de ideeën waar 'het management' mee komt, niet aansluiten bij problemen waar zij echt mee zitten in hun werk.
Om dit probleem op te lossen heb ik me laten inspireren door het Policy Governance-denken van John en Miriam Carver. Uit hun model heb ik een heel strikte opvatting overgenomen over het formuleren van doelen en middelen en de manier waarover je daar verantwoording aflegt. Zij hebben het ontworpen voor het bestuursniveau van organisaties, maar deze principes werken op alle niveaus.
In bijgaande presentatie, gebaseerd op de workshop die ik er op 3 november op de middenmanagersconferentie van CPS op gaf, licht ik de hoofdpunten van deze aanpak toe. Ik laat hierin ook zien, in de inleiding, dat veel scholen al bij de werving van leraren in de fout gaan, door niet helder te maken wat ze allemaal van leraren verwachten. Door alleen al daar te beginnen, zou een aantal problemen voorkomen kunnen worden.
Een artikel dat ik eerder schreef voor Narthex over hetzelfde onderwerp, vind je hier.

dinsdag 2 november 2010

Teamwerken is teamleren?

Een van de projecten waar het Ruud de Moorcentrum volgend jaar mee aan de slag gaat, gebeurt op aanvraag van een middelbare school. Zij raakten geïnteresseerd door het lezen van de brochure Teamwerken is teamleren?, geschreven door collega Marieke Dresen en Hans Kommers van de ST-groep. Deze publicatie bespreekt uitgebreid de achtergrond en toepassing een bepaalde visie op teamontwikkeling.
De kern van het boekje wordt gevormd door een presentatie van teamontwikkeling in vier fasen, gebaseerd op de kenmerken van dat team op vier domeinen. Dit is weer ontleend aan eerder werk van Van Amelsvoort en van Jaarsveld (2002). Het team ontwikkelt zich in dit model van beginnend team, via ontwikkelend en samenwerkend, uiteindelijk tot een zelfsturend team. Dit doet ze door voortgang te boeken op de volgende vier dimensies:
  •           Doelgerichtheid
  •           Taak- en rolverdeling
  •           Werkwijzen
  •           Onderlinge relaties

Deze domeinen zijn in het dagelijks handelen niet strikt van elkaar te onderscheiden. Het woord ‘dimensie’ is in die zin wat misleidend, omdat een onafhankelijk suggereert, die (nog) niet onderbouwd kan worden vanuit onderzoek.
Toch is het boekje voldoende praktisch bruikbaar in scholen. Dat zit ‘m vooral in de scan achterin het boekje. Daarmee kan ieder team voor zichzelf bepalen op welk niveau van ieder domein ze zit, en in welke fase van teamontwikkeling ze zich daarmee bevindt. Voor iedere dimensie worden in het boekje tips gegeven om de ontwikkeling van het team te stimuleren.
Beperkingen aan het model zijn er nog wel. Zo zijn de omschrijvingen in de scan zijn nog niet altijd even eenduidig, waardoor interpretatieverschillen kunnen ontstaan. Om die reden gaan we in nieuwe projecten de resultaten aanvullen met interviews en observaties. Ons streven is om de scan daarmee verder te verbeteren.

maandag 1 november 2010

Dialoog in de praktijk

We leven in tijden van polarisatie. Gelukkig ontstaan er ook initiatieven om die polarisatie te verminderen. En deze week (5 november) is het op veel plaatsen in Nederland 'Dag van de Dialoog'. Ook in het onderwijs wordt volop gepolariseerd. Onlangs, op een studiedag die ik bijwoonde, was het 'ja, maar...' niet van de lucht. Dat leidde tot het onnodig verscherpen van (schijnbare) tegenstellingen. Een vermoeiende en weinig vruchtbare manier van informeel leren.
Naar mijn ervaring komt dit echter vaak voor, en ik vroeg me af wat we hiermee kunnen in praktijkgericht onderzoek. In een artikel van Steve Bartlett (betaalde link) en twee collega's vond ik een (achteraf voor de hand liggende) oplossing.
Bartlett cs. geven in hun artikel een voorbeeld van een praktijkgericht onderzoek door een docent, die de invloed van positieve taal op het zelfvertrouwen en leervermogen van leerlingen onderzocht. Dit deed ze onder meer door aandachtig te luisteren, 'afbrekers' te vermijden en kinderen niet abrupt te onderbreken. Dat lijken mij precies nu de zaken die misgaan in het onderlinge contact tussen leraren.
De volgende vraag is dan: welk alternatief kun je bieden? Het viel me in, dat de vraag: 'Ja, maar...' vaak voortkomt uit iets dat ons nog niet duidelijk is in het verhaal van de ander. Dat betekent dat je moet zoeken naar een manier om dát aan de orde te stellen,en wel op een positieve manier.
Ik kreeg het volgende idee: als we nu eens het woordje 'Ja', vervangen door 'En' (wat ik waarschijnlijk heb overgenomen van het creatieve werk van Berthold Gunster, maar ik kan de precieze bron niet meer vinden). De zin kunnen we vervolgens aanvullen met: 'En wat bedoel je met ...?' Op de puntjes kun je invullen wat je nog niet begrijpt in het voorstel van de ander.
Daarmee stel je een positieve, open vraag, je nodigt de ander uit nader te omschrijven wat hij/zij bedoelt, en je wordt zelf gedwongen aandachtig naar dat antwoord te luisteren. Er ontstaat een mini-dialoog, als het ware. Dit idee ga ik verder uitwerken in een interventie, en of het echt werkt ga ik proberen vast te stellen in een van de praktijkgerichte onderzoeksprojecten van het Ruud de Moorcentrum voor 2011. Stay tuned voor het resultaat.