dinsdag 24 augustus 2010

Excellentie op een postzegel

Het was maar een klein bericht deze week, maar soms zijn details heel onthullend. De aankomend student Niels Grote Beverborg mag geen medicijnen gaan studeren, omdat hij een postzegel vergeten was te plakken op de envelop met zijn aanmeldingspapieren. Wat me hierbij dwarszit is dat we in Nederland blijkbaar zo met talent omgaan: een universiteit kan het zich veroorloven een potentieel briljante student (gemiddeld eindexamencijfer hoger dan een 8) voor een dichte deur te laten staan vanwege een postzegel.
Als de RuG Niels nou had gevraagd een essay te schrijven, een presentatie te houden, zijn aanmelding te beargumenteren voor een commissie, of een dag mee te lopen met een huisarts, en op grond van zo'n selectie tot het inzicht was gekomen dat Niels beter bewegingswetenschappen dan medicijnen kan studeren, dan kon ik er nog in meegaan.

Maar dat we aan de ene kant zeggen te streven naar meer excellentie in onderwijs en wetenschap, en aan de andere kant die excellentie laten vermalen in bureaucratie, vind ik nogal tegenstrijdig. Iedereen gelijk behandelen is in Nederland het hoogste ideaal, maar misschien moet het ideaal zijn om alle talenten een gelijke kans te geven. Dat lijkt hetzelfde, maar is het niet. Zolang we het plakken van postzegels als belangrijkste indicator voor medisch talent hanteren, hebben we met het stimuleren van excellentie nog een lange weg te gaan.

donderdag 19 augustus 2010

Kwaliteit, verbondenheid en diversiteit: Zeven vragen over essentiële ontwikkelingen in uw school

Met een aantal collega's ben ik al een tijd bezig met een boek, over verhalen, dialoog, kwaliteits- en identiteitsontwikkeling. Werktitel: "Onze school is een verhaal". We naderen de eindfase: de meeste hoofdstukken zijn geschreven, en we gaan binnenkort om de tafel om over illustraties en vormgeving te praten.
Voor het laatste hoofdstuk zijn we op zoek naar inbreng van onze beoogde lezers: schoolleiders, leraren, bestuurders en andere geïnteresseerden in schoolontwikkeling. We willen hierin een aantal voorbeelden verwerken van de thema's die we in de eerdere hoofdstukken hebben beschreven.

Om die reden hebben we per hoofdstuk één vraag geformuleerd, zeven in totaal. Iedere vraag raakt aan de essentie van een hoofdstuk. Hieronder geven we die zeven vragen.

We hopen in de eerste plaats dat u deze vragen inspirerend genoeg vindt, om zelf te gaan gebruiken. Voor uzelf, of met uw collega's in de school. Als u bovendien hierop wilt reageren, graag! Dat kan via dit weblog, of via mail (hartgerw@gmail.com).

Uiteraard gaan wij zorgvuldig met uw reacties om. We plaatsen niet zomaar reacties in ons boek. We willen graag eerst daarover persoonlijk met u spreken, en plaatsen alleen geredigeerde reacties, nadat u daar zelf toestemming voor heeft gegeven.
Als u reageert voor 16 september, is de kans het grootst dat we uw reactie kunnen verwerken. Ook reacties die later komen, zijn natuurlijk van harte welkom!

  1. In welke ontwikkeling in uw school raken noodzaak en verlangen elkaar?
  2. Welke waarde van uw school zou u tot het laatst toe blijven verdedigen?
  3. Welke persoonlijke ontmoeting herinnert u zich, die voor u van waarde is geweest voor de ontwikkeling van de school?
  4. Kunt u iets vertellen over een ontmoeting rond een bepaalde inspiratiebron, die nu nog doorwerkt in gesprekken in de school?
  5. Waar is het spannend binnen de school om te leren leven met verschil?
  6. Welk moment in uw leiderschap* heeft nu nog impact in de organisatie?
  7. Welke verhalen in uw school wilt u voor de toekomst borgen?

* Dit is ook van toepassing op mensen die niet in een leidinggevende functie werken. Wij beschouwen ieder initiatief om anderen in beweging te krijgen in een organisatie, als een moment van leiderschap.


Hopelijk hebben deze vragen u geïnspireerd! Alvast hartelijk dank voor uw reactie!

Als u op het envelopje klikt hieronder, kunt u dit bericht doorsturen naar anderen

maandag 16 augustus 2010

Goed onderwijs, goed bestuur, slechte neveneffecten

Het beste moment om iets te veranderen in het onderwijs is de zomerperiode. Dan weet je zeker dat 'het veld' maar één prioriteit heeft, en dat is: vakantie. Niet voor niets viel de commotie rond de bezuiniging op lerarensalarissen, eind juli, al snel dood neer. Actie voeren prima, maar eerst naar Frankrijk, zo leek de gedachte. Benieuwd hoe groot de actiebereidheid nu nog is.

Een andere, veel ingrijpender verandering, vond plaats op 1 augustus. Toen is de wet "Goed bestuur, goed onderwijs" van kracht geworden. De wet kent een lange voorbereidingsgeschiedenis, die vooral gericht was op de bestuurlijke vormgeving van onderwijsinstellingen. Veel minder bekend echter zijn de minimumeisen voor het resultaat die met deze wet aan de scholen gesteld kunnen worden, terwijl die de ware revolutie vormen.

Tot nu toe was het de grondwettelijke taak van de overheid op de 'deugdelijkheid' van het onderwijs toe te zien. Wat die deugdelijkheid dan was, en tot welke resultaten die zou moeten leiden, dat werd tot nu toe overgelaten aan de scholen zelf, in samenspraak met de inspectie. Dat leverde tot nu toe weinig problemen op: afgezien van het speciaal onderwijs krijgt 90% van de leerlingen onderwijs van acceptabel tot excellent niveau.
Toch heeft de overheid gemeend expliciet kwaliteitseisen voor alle scholen te moeten formuleren. Die richten zich met name op de harde cijfers van de resultaten: doorstroomcijfers en eindexamenresultaten. Niets mis mee, zou je kunnen zeggen: alleen maar goed dat scholen zich bewust zijn van de noodzaak goede prestaties te leveren.
Dat is waar, maar het risico is dat die vrij beperkte indicatoren nu een doel op zich gaan worden. Scholen die hun doorstroomcijfers op orde willen houden, zullen nog strenger worden in het toelaten van leerlingen 'met een vlekje'. Herkansingen voor leerlingen die wat later op gang komen, zullen schaarser worden.
En hoewel alleen een paar indicatoren als bindend voor het overheidstoezicht worden benoemd, zal de inspectie makkelijker het navolgen van de rest van het inspectiekader kunnen afdwingen. Dat betekent veel papierwerk: plannen, kwaliteitszorg, dossiers, verslagen, die allemaal door de inspectie kunnen worden afgedwongen, met de stok van de bekostiging achter de deur. De overheid kan zich hierdoor veel meer met het 'hoe' van het onderwijs gaan bemoeien, dan Dijsselbloem ooit voor mogelijk had gehouden. Het is de vraag of we dat moeten willen: in plaats van meer ruimte en verantwoordelijkheid voor scholen, en vooral de leraren die er werken, perkt de overheid hiermee de ruimte in.

De komende tijd zal moeten uitwijzen of en in hoeverre de inspectie daadwerkelijk van haar nieuwe bevoegdheden gebruik gaat maken. Tot die tijd is het aan scholen om te laten zien dat ze nog veel meer doet dan diploma's produceren, en dat ze de verantwoording over hun resultaten heel goed in eigen hand kunnen nemen.