dinsdag 18 mei 2010

Excellentie

Breaking news: staatssecretaris Van Bijsterveldt trekt flink geld uit om leraren die dat willen de kans te geven te promoveren tijdens hun loopbaan! Nou ja, flink geld: 1,5 miljoen. En niet alle leraren natuurlijk, er is ruimte voor 10 (t-i-e-n) leraren per jaar. En ja, tijdens hun werk, maar dan twee dagen per week. Als je talentvol bent, moet dat genoeg zijn voor een excellent proefschrift. Want voor een zesje doen we het natuurlijk niet.
Als ik de staatssecretaris een tip mag geven: excellentie in lesgeven bereik je niet door te promoveren, maar vooral door heel goed als leraar opgeleid te worden. En voor je meer doctores voor de klas probeert te krijgen, is het een goed idee te beginnen met het op peil houden van het aantal academici. Daarvoor zijn best al wat goede initiatieven genomen, die ook nog wel een miljoentje of anderhalf kunnen gebruiken.
Maar goed. Het is verkiezingstijd. Volgende week in 'CDA op stemmenjacht' : leraren die tijdens hun loopbaan promoveren stromen aan het einde van schaal LD automatisch door naar schaal LE!! (Maar dan alleen als het binnen vier jaar gelukt is).

woensdag 12 mei 2010

Investeringen en hun rendement

In de nieuwsbrief van de Besturenraad lees ik over een blijkbaar interessante aflevering van Buitenhof die ik gemist heb. Snel nog even teruggekeken. Prof. Heertje stelt dat we niet voortdurend de vraag moeten stellen of onderwijs ook rendement oplevert. Dat lijkt een sympathieke stelling in tijden waarin er een kille wind van opbrengstgerichtheid waait die vooral gericht is op cijfers, toetsen en examenresultaten.
Aan de andere kant is het wat paradoxaal (en wat on-economisch) om tegelijkertijd te praten over 'investeringen' in het onderwijs. Geen zinnig mens zal ergens in investeren als er geen rendement verwacht wordt. Dat zou een overheid ook niet moeten doen.
Waar het om gaat, is hoe we dat rendement definiëren. Het zou winst zijn als er eindelijk brede consensus is dat alleen cijfers op taal en rekenen maar een beperkt beeld van de opbrengst van onderwijs weergeven. Het moeilijke gedeelte komt daarna: hoe gaan we de rest van die opbrengst in kaart brengen? Dat het moeilijk is, betekent niet dat we het niet toch voortdurend moeten proberen.
Iedere school, ieder bestuur, zou voortdurend in gesprek moeten zijn met overheid, ouders en leerlingen over wat zij, in hun geval, definiëren als het rendement van de school. Hebben leerlingen verantwoordelijkheid leren nemen? Hun sportieve of culturele talenten ontplooid? Betere resultaten gehaald dan op grond van hun sociale achtergrond verwacht mag worden?
Zo'n voortdurende dialoog maakt helderder wat de overheid van de school kan verwachten. De uitkomsten ervan kunnen van school tot school verschillen. Dat lijkt nadelig, maar het voordeel ervan is dat het duidelijker maakt waarom ouders en leerlingen voor die school zouden moeten kiezen, en niet voor een andere. Bovendien helpt het het bestuur om beter aan te sluiten op de ideeën van die ouders over goed onderwijs. Zo lost ook weer een ander probleem op.