dinsdag 24 juni 2008

Weber revisited

De afgelopen weken heb ik me verdiept in 'Professioneel bestuur' van Mirko Noordegraaf; het boek naar zijn oratie die hij eerder dit jaar uitsprak als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. De ondertitel is een hele mondvol: "De tegenstelling tussen publieke managers en professionals als 'strijd om professionaliteit''. Ik vind het een interessante bijdrage aan het publieke debat over managers en professionals, en ieder geval de bijdrage met de meeste verwijzingen naar relevante (wetenschappelijke) literatuur.
Maar ondanks
, of misschien wel juist dankzij, alle zorgvuldig geformuleerde voors en tegens blijft er toch een onvoldaan gevoel bij me hangen. De strijd bestaat niet, zegt Noordegraaf aan de ene kant. De strijd bestaat wel, maar is onvermijdelijk, zegt hij aan de andere kant. En: managers doen hun best, maar ook: managers moeten zich meer richten op de kern van hun werk.
Ik kon niet nalaten aan Ontregelen van Jos van der Lans te denken, een boek dat hetzelfde thema behandelt. Er wordt minder in geciteerd, maar het overtuigt me iets meer. Van der Lans' betoog is dat we terug moeten naar de essentie van het professionele handelen: de relatie tussen professional en klant, of die laatste nou cliënt, bewoner, leerling, of burger heet. En die relatie laat zich best goed managen, maar vaak niet in strakke papieren kaders. Dus meer ruimte voor verschillen en de verantwoordelijkheid van de professional om die te laten bestaan.

Wie ik in beide boeken miste, is Max Weber. Weber beschreef zo'n honderd jaar geleden hoe een rationele bureaucratie er belang bij heeft zichzelf in stand te houden en de kans loopt zichzelf tot doel op zich te verheffen. En dat komt door het gedrag van de professionals zelf, die de bureaucratische kenmerken van hun organisatie zo verafschuwen.
Iedere individuele professional wil zoveel mogelijk in vrijheid met de inhoud van zijn vak bezig zijn. En legt daarom bureaucratische rompslomp met liefde op het bureau van een stafmedewerker neer. Zo'n stafmedewerker heeft dan al snel een assistent nodig. Dat worden er twee, en dan is de stafmedewerker manager van een stafafdeling. Dan zit hij (meestal is het een hij) in het MT, waarmee hij nog meer invloed krijgt. Waardoor de professionals er enige tijd later achter te komen dat de stafmedewerker-nu-manager hun plotseling vanuit het MT bestookt met formats en urenstaten. Maar zo'n verrassing hoeft dat dus niet te zijn.
Het is een universeel proces dat voortdurend bijgestuurd
moet worden. Professionals moeten telkens gedwongen worden zo min mogelijk van het oninteressante (papier)werk uit te besteden. Stafafdelingen en managementlagen moeten bij iedere gelegenheid verkleind worden, omdat ze uit zichzelf toch wel weer groeien. Daar is niets nieuws aan, en over honderd jaar zullen we het probleem waarschijnlijk nog steeds hebben. Gelukkig is er nog troost.

dinsdag 17 juni 2008

IKEA voor het onderwijs

'The Swedish model' kopt The Economist, zoals gewoonlijk met een kleine woordspeling. Want het is anders dan je denkt. De Zweedse school die ze in dit artikel beschrijven is een privé-onderneming, die gericht is op winstmaken, en dat ook doet. Het geheim van hun 'business model' is standaardisatie en zelfwerkzaamheid, net als die andere succesvolle Zweedse onderneming. Iedere docent gebruikt hetzelfde lesmateriaal, dat via de computer voor alle leerlingen beschikbaar is. Leerlingen maken wekelijks hun eigen leerplan, en werken zoveel mogelijk zelfstandig aan het beschikbare lesmateriaal, ieder op zijn/haar eigen niveau.
De school is gehuisvest in een goedkoop kantoorgebouw en huurt ruimtes elders voor speciale lessen zoals verzorging, techniek of bewegingsonderwijs. Over de managers-docent ratio wordt niets gezegd, laat staan over het salaris van bestuurders. Wel iets over docenten. Die hebben 'gewoon' zeven weken vakantie per jaar en de (rest van de) schoolvakanties besteden zij aan het updaten van het digitale lesmateriaal. Er werken er toch zo'n 700. Ik ben benieuwd naar hun ervaringen.

woensdag 4 juni 2008

Bestuurders beloond

Sinds vandaag is er een officiële richtlijn voor het belonen van professionele onderwijsbestuurders. Nu steeds meer eindverantwoordelijke schoolleiders geen rector of directeur meer zijn, maar lid van een College van Bestuur (soms als enige), werd dat tijd. Directeuren vallen als werknemer onder een CAO, bestuurders zijn zelf werkgever en vallen daarom niet onder een CAO.
De salarissen die bureau Hay berekend heeft, zijn over het algemeen niet schokkend hoog. Iedereen kijkt natuurlijk onmiddellijk naar de maximumsalarissen, en ja, de verwachting is dat de CvB-ers van de grootste besturen in Nederland over niet al te lange tijd tegen de Balkenende-norm aan zullen zitten.
Je hoort het gemor al in de docentenkamers. En het opgewonden commentaar van vakbondsbestuurders. Sjoerd Slagter spreekt sussende woorden: het valt allemaal erg mee. Begrijpelijk, maar het is de vraag of het effect heeft. Uiteindelijk is Slagter natuurlijk zelf ook bestuurder.
De werkelijke beslissing over wie welk salaris gaat krijgen valt in de vergaderkamers van de Raden van Toezicht. Uiteindelijk gaan zij over de compensatie van de Raad van Bestuur. Het is dan ook te hopen dat zij verantwoording zullen af gaan leggen over de wijze waarop de richtlijn wordt toegepast. Op die manier kunnen we de discussie verleggen naar de plaats waar hij werkelijk hoort.