woensdag 23 april 2008

Ondertussen, in de keuken…

Euforie in het hele land over het afgesloten convenant tussen de minister en het onderwijsveld over de besteding van 1,1 miljard. (Het hele land? Nee, één klein dorpje bleef moedig weerstand bieden). Bij nadere bestudering krijg ik de indruk dat vooral de vakbonden hun slag geslagen hebben. Van de trits: sterk beroep, betere beloning, professionelere school uit het Actieplan, komt vooral de tweede terug.
Plasterk probeert vervolgens overtuigend over te brengen dat ook de positieversterking van de leraren gewaarborgd is, maar als het thema ‘professionelere school’ in de tabellen slechts terugkeert als potje voor extra concërges, wat moeten wij daar dan van denken? Oh ja, en een verplicht professioneel statuut op iedere school. Hm.
Kranten, tv en andere media hebben hun notitieboekjes weer dichtgeklapt: case closed, op naar het volgende brandje dat verslagen moet worden. Daaronder valt blijkbaar niet een vernietigend rapport van de Inspectie over de kwaliteit van de lerarenopleidingen. De Inspectie is niet mals: er zal nog heel veel moeten verbeteren. Daar zit volgens mij de echte urgentie. Niet alleen leveren slechte lerarenopleidingen slechte leraren af, nog veel erger is dat de ambitieuze (en mag ik zeggen: intelligente?) leraren-in-spe dergelijke verzamelplaatsen van middelmaat mijden als mesthopen. En een andere loopbaan kiezen. Voorlopig blijven ze dat nog even doen, en zie ze dan maar weer terug te krijgen.
Van Bijsterveld heeft de Tweede Kamer beloofd nog voor de zomervakantie met een nieuwe Kwaliteitsagenda te komen. Ben erg benieuwd wat daar in zal komen te staan. En waar ze het geld vandaan gaat halen, want dat is nu op. Maar misschien weet Tante Til raad...

donderdag 10 april 2008

Stichting van het Onderwijs?

Op het jaarlijkse VO-raad congres (10 april) hield Alexander Rinnooy Kan een pleidooi voor een Stichting van het Onderwijs, analoog aan de Stichting van de Arbeid. Die laatste Stichting, waarin werkgevers, werknemers en overheid de belangrijkste beleidsontwikkelingen voorbereiden, fungeert al sinds mensenheugenis (naast de SER) als belangrijkste pijler onder het roemruchte Nederlandse poldermodel. Rinnooy Kan noemde het "bizar" dat Nederland nog geen tegenhanger hiervan in het onderwijs kende. Zou het zo kunnen zijn dat tot de jaren negentig de rollen van werkgever en overheid vrijwel samenvielen en er dus geen noodzaak was tot zo'n 'tripartiet' overleg? In ieder geval kan hij kan gerust zijn: direct na zijn toespraak bevestigde de VO-raad dat die Stichting voor het Onderwijs er gaat komen.
Of zo'n Stichting daadwerkelijk de Haarlemmerolie voor onderwijsproblemen zal zijn, staat nog te bezien. De vakbonden heb ik in de recente discussies nog niet op een onderwijsinhoudelijke argumentatie kunnen betrappen. Werkgevers opereren ook voornamelijk strategisch.
Nee, dan de presentatie over Finland op hetzelfde congres, van Heikki Parkatti, een Finse onderwijsman wiens grappige accent me vaag aan de Zweedse kok deed denken. Daar kennen ze geen Stichting van het Onderwijs, geen inspectie, geen Cito, geen Elsevier-rankings. Wel het beste onderwijs ter wereld. Hun geheim? Toelatingsexamens voor de lerarenopleidingen. Morgen mee beginnen zou ik zeggen.

woensdag 9 april 2008

Achtergelaten kinderen

In The Economist, enkele weken geleden alweer, een stuk over de schaduwkanten van No Child Left Behind. Het doel was dat alle scholen de leerstandaarden voor hun leerlingen zouden verhogen. Als prikkel werden financiële boetes in het vooruitzicht gesteld. Bovendien hebben ouders van kinderen op scholen die het slecht doen, het recht gekregen een andere school te zoeken--iets wat in de VS nog lang niet altijd zo maar kan.
Wat blijkt nou: slechts 1 procent van de ouders die dat recht hadden, veranderde ook daadwerkelijk van school! Van ‘echte’ marktwerking (voorzover die bestaat) zal in het onderwijs dus wel nooit sprake kunnen zijn. Het laten concurreren van scholen op resultaten (de beruchte Elsevier- en Trouw-lijstjes), nu door de VO-raad omarmd in het project Vensters voor Verantwoording zal dan waarschijnlijk ook in Nederland weinig rechtstreekse invloed op de kwaliteit van het onderwijs hebben.
Over het effect van het stellen van standaarden in hetzelfde stuk een andere keer meer.