woensdag 21 november 2007

Onderwijs=School?

In de NRC van afgelopen zaterdag (16 nov) een opinie-artikel van David Hunter over het verschil tussen gezondheid en gezondheidszorg. We denken, zo betoogt hij, dat we gezondheid bevorderen door voor zoveel mogelijk gezondheidszorg te zorgen. Helaas. Gezondheid bevorder je eerder preventief buiten het zorgstelsel, dan curatief in het stelsel. Hoe eenvoudig deze constatering, en hoe overtuigend zijn bewijs ook, Hunter berust erin dat er niet snel iets zal veranderen.
Simpelweg om dat de gezondheidszorg als systeem er belang bij heeft zoveel mogelijk middelen naar zich toe te harken.
Het stuk bleef bij me hangen. En er vielen wat puzzelstukjes op hun plek toen ik toevallig dit filmpje zag.


En nog wat stukjes, toen ik hoorde van dit advies van de Onderwijsraad. En de reactie van de VO-Raad daarop las. Zou het helpen als we proberen 'onderwijs' niet als synoniem te beschouwen van 'school'? Dat zou, om te beginnen, de Tweede Kamer weer te denken kunnen geven over de betekenis van het begrip 'onderwijstijd'. Zouden er in dit lijstje mensen zijn die zulke vragen kunnen stellen? Ik hoop het.

donderdag 15 november 2007

Prioriteiten

Dus we staan vlak voor een historische omwenteling. Links en rechts vallen de gaten in het onderwijssysteem, als we de media moeten geloven. Bonden kondigen acties aan vanwege de luizige 8% loonsverhoging waarmee de werkgevers op de proppen durfden te komen. In het basisonderwijs zouden ze al blij zijn met en iemand die de adminstratie doet. We hebben een minister die bereid is ruim 1 miljard aan smeerolie in dit piepende en krakende systeem te gieten. En we hebben een rapport van 's lands meest neutrale intellectueel die adviseert het in de lerarensalarissen te steken.
Wat dan te doen met een rapport van een andere club slimmeriken, dat adviseert niet teveel aandacht aan die salarissen te besteden, maar juist alles op de kwaliteit van de lerarenopleidingen te zetten? Zou het tijdrekken van Donner een afleidingsmanoeuvre zijn? Tovert Plasterk dan straks toch een echt nieuwe oplossing uit de hoge hoed?

vrijdag 9 november 2007

Drammer

Jos Elbers is zo'n type, zo stel ik mij voor, die de gesprekken op een feest van begin tot eind volledig domineert. Pas als hij luid toeterend om de hoek verdwenen is, haalt men weer adem en wordt er ook over andere onderwerpen gepraat. Als scheidend bestuursvoorzitter van INHOLLAND laat hij zich, op weg naar de uitgang, zijn hoed al op, zijn voet stevig tussen de zich langzaam sluitende deur, uitgebreid uitgeleide doen van zijn eigen feestje met een vraaggesprek op ScienceGuide.
Eén citaat daaruit is aardig, omdat het zowel zijn zelfinzicht, als zijn gebrek eraan weergeeft. Over zijn collega-bestuurder Lein Labruyère zegt hij: "Ik de drammer, netter gezegd de initiator. Hij de verankeraar, die dingen in elkaar zet, poldert en voor elkaar krijgt. "
Aardig dat hij inziet dat hij als initiator niet alles voor elkaar krijgt. Jammer is alleen, dat hij ervan overtuigd lijkt, dat alles door hem geïnitieerd zou moeten worden. Vaak is er al veel geïnitieerd door anderen, maar moet je even de rust nemen om de waarde ervan in te zien. Dat is het verschil tussen starten 'from scratch' of 'from scrap'.

donderdag 8 november 2007

Tijdloos

Bij mijn favoriete boekhandel kocht ik in de ramsj een aardig boekje: Seneca voor managers. Ondanks de fantasieloze titel op het omslag is er genoeg inspiratie aan de binnenkant te vinden. Eén citaat trof me speciaal: "Ook als er echt iets ergs te gebeuren staat: wat voor zin heeft het dan nog vooruit te gaan lopen op je eigen leed? Je zal vlug moeten treuren wanneer het zover is." (Prachtig spaarzaam Latijn overigens deze laatste zin: Satis cito dolebis, cum venerit.) En dan het slotakkoord: "(...) Wat je daarmee te winnen hebt? Tijd."
En dan te bedenken dat wij, ruim tweeduizend jaar later, ondanks auto, vliegtuig, internet en afwasmachine, nog steeds kampen met een gebrek aan tijd. Je zou kunnen zeggen: een tijdloos probleem.

maandag 5 november 2007

Bronnen van innovatie


Nog even terugkomen op mijn eerdere bericht over een artikel in The Economist over innovatie. Daarin werd gesteld dat cruciaal is om zo snel mogelijk vast te stellen wat de verkeerde ideeën zijn, om die te kunnen beëindigen. Dat is aardig, maar hoe houd je daar zicht op?
In een volgend artikel in hetzelfde katern een grafiekje met de belangrijkste bronnen voor nieuwe ideeën. De top drie is: 1. medewerkers, 2. zakelijke relaties en 3. klanten. (Adviseurs halen helaas net de top 3 niet.)
Het zou best eens kunnen dat dat dezelfde top drie is, waar managers op terug kunnen vallen om te vragen wat de goede ideeën zijn. Of is dat te simpel gedacht?

zondag 4 november 2007

Innovatiebron


Nog even terugkomen op mijn eerdere bericht over een artikel in The Economist over innovatie. Daarin werd gesteld dat cruciaal is om zo snel mogelijk vast te stellen wat de verkeerde ideeën zijn, om die te kunnen beëindigen. Dat is aardig, maar hoe houd je daar zicht op?
In een volgend artikel in hetzelfde katern een grafiekje met de belangrijkste bronnen voor nieuwe ideeën. De top drie is: 1. medewerkers, 2. zakelijke relaties en 3. klanten. (Adviseurs halen helaas net de top 3 niet.)
Het zou best eens kunnen dat dat dezelfde top drie is, waar managers op terug kunnen vallen om te vragen wat de goede ideeën zijn. Of is dat te simpel gedacht?

donderdag 1 november 2007

Kartrekker

Ooit kwam ik in een antiquariaat een fotoboek tegen met oude, vergeten beroepen. Prachtige foto's uit het begin van de vorige eeuw van pezige, door het leven getekende mensen, die enigszins wantrouwend de camera inkeken. Alsof ze zo hun bijgedachten hadden bij dat ingewikkelde gedoe van die fotograaf: ze hadden wel wat beters te doen. Kartrekken bijvoorbeeld. Die foto alleen al maakte de aanschaf van het boek waard. Een kartrekker was iemand die bij de bruggen over de grachten in Amsterdam (en waarschijnlijk ook elders) de hand- en hondenkarren even een zetje gaf, omdat ze anders de korte maar steile helling niet op zouden komen. Zijn inzet was dus maar kort; de kar en de lading waren het eigendom en de verantwoordelijkheid van iemand anders, en op het moment dat de top van de brug bereikt was, zat zijn taak erop en incasseerde hij zijn beloning. Hoe anders dan de taak van de figuurlijke kartrekkers van tegenwoordig.
Ik besloot toen het boek nog maar even te laten liggen. Daar heb ik tot op de dag van vandaag spijt van, ik ben het nooit meer ergens anders tegengekomen.